den driehoek…

Het moest er wel eens van komen en vandaag was het dan EINDELIJK zover. Dan toch eens een blijk van herkenning zowaar, wie had dat gedacht. T kwam op een moment dat ik er al niet echt meer op gerekend had. Ik bleef komen voor de kwaliteit van het zwarte spul, voor mijn dagelijkse dosis, niet voor de hartelijke ontvangst, de korte babbel waar ik in Europa zo ervaren in ben. Hier, louter koffie voor de koffie dus. Café-, koffiebar- en restaurantpraatjes liggen me nochtans wel. Enkele vluchtige zinnetjes, een knik, een blik, een knipoog van verstandhouding met het personeel of andere habitués. Indien u dat nog niet wist: een ben een man van patronen, vaste parcours, tradities en rituelen; het soort hardnekkige klant die een paar adresjes uitkiest en die dan tot in de eeuwigheid trouw blijft en daarvoor meer dan één ommetje doet. Ik kan daar ook mijn plezier in hebben, in die vaste lijnen, de obligate stops binnen wat ik in Leuven jaren lang “den driehoek” noemde. Daar slechts een handvol intimi weten waarover ik spreek, bij het horen van die term, dringt een toelichting zich op. Den driehoek is een ruimte van hoop en al een paar Ladeuzepleinen groot en waarbinnen mijn wonen en werken, eten en drinken, lief en leed zich grotendeels afspeelden, met als hoekpunten Dekenstaat, Vismarkt en Studio’s (trouwens, doe a.u.b. iets opdat dit huis van vertrouwen niet dicht moet), en de Valk, ‘t Hogeschoolplein, Commerce en Punto en Kruimel die de ruimte verder invulden. Voor wie mij zocht, had dat zo zijn voordelen want die wist mij meestal ook binnen het kwartier te lokaliseren.

U merkt: de macht van de gewoonte is mij niet vreemd en ook niet hier in Palo Alto. Vanaf week 1 nestel ik me elke avond om half 11 in Caffè del Doge. De keet sluit om 11, wat vroeg is voor mijn doen, maar alles gaat hier nu eenmaal dicht om 11h., als ware het een avondklok uit een duister oorlogsverleden. Al weken lang zie ik dezelfde klanten op dit avondlijke uur hun koffietje na de maaltijd komen verteren. Al weken lang bestel ik nagenoeg elke avond veruit de beste (maar wellicht ook duurste koffie van Palo Alto – 3$74 (=ca.2€60.)). De Latte Macchiato Veneziano. Lekker! Romig en sterk, in tegenstelling tot de meeste Amerikaanse koffies. En dan vandaag dus toch, na bijna twee maanden volgehouden aanwezigheid een blijk van erkenning van de patron. Un Latte Macchiato Veneziano?, vroeg hij, waarop ik een sober knikje gaf, en hij de beker eens extra vol deed. Voor de nieuwkomers die na mij gingen bestellen moet het geleken hebben alsof ik hier al jaren kom. Nu weet ik het zeker: hier ben ik op mijn plaats, in den driehoek tussen de Law School, mijn appartement en Caffè del Doge.

buiten op University Avenue

cappuccino

binnen

toog

latte macchiato veneziano

 

racoontje kapoentje

Hallo daar

Vorige keer beloofde ik een Halloweenbericht maar ik permitteer me de volgorde andermaal even om te gooien. Daar is bovendien een goede reden voor die ik nu nog niet kan verraden, maar die sommigen van mijn lezers wel duidelijk zal worden eens de werkweek uit is. Te snel over Halloween berichten zou het verrassingseffect kunnen schaden, en dat wil ik te allen prijze vermijden.

Daarnaast is er nog een tweede reden om u vandaag te berichten over “racoontje, kapoentje”. Deze wat raadselachtige titel zal u wellicht niets zeggen. Bij een kapoentje weet u zich wel iets voor te stellen. Een racoontje is de meesten onder u hoogstwaarschijnlijk minder bekend. Racoon is Engels voor “wasbeer”, en nu wil het toeval dat ik er TWEE DAGEN OP RIJ enkele ben tegengekomen. En ik moet zeggen dat dat toch wel bijzonder is. Het behoren immers schichtige beestjes te zijn, die net als een paar duizend studenten en ongeveer 3 miljoen squirrels (van die “knabbel-en-babbel-eekhoorntjes”) het domein van Stanford als hun thuis hebben gekozen. De meeste van mijn vrienden hier die letterlijk op de campus wonen hadden  me al verteld dat je bij nacht en ontij wel regelmatig eens een wasbeertje  kon tegenkomen, maar dat voorrecht was tot nu toe nog niet het mijne geweest. Ik had nochtans mijn best gedaan, gelet op het feit dat ik voor elke campusactiviteit met de fiets over het hele domein moet hossen. Jullie weten immers dat ik downtown woon, en niet zoals de studenten op de campus, vlak naast de law school. Maar gisteren was het geluk dus aan mijn zijde. Toen ik rond 21h te voet op weg was naar de bushalte om naar huis te gaan, schrok me bijna een aap toen ik wachtend op de bus plots naast me een dikke wasbeer bespeurde. Ik had m eerst nog niet opgemerkt, als hij niet letterlijk op een meter van mij voor mijn neus ging zitten om me aan te kijken. Percies dat ie ook op de bus zat te wachten. En ik moet zeggen, zo’n racoon is een mooi en grappig beestje!!! Immer knabbelend op nootjes die het nu in volle herfst overal tussen de bomen kan vinden.

Ik had u wellicht niet bericht over deze voor Stanford-bewoners ordinaire gebeurtenis (pfff weer een racoon, zeggen ze hier), maar ik meldde u dus al dat het toeval wil dat ik mijn kameraad vandaag weer tegenkwam (dus 2 dagen op rij) en wel doorheen de dag, wat veel zeldzamer is.  Bovendien had de stoutmoedige kapoen een nestgenootje meegenomen met wie hij samen nootjes zat te kraken. Ik mijn gsm uit mijn tas gevist en de beestje voor u even op foto vastgelegd.

racoontje kapoentje

Wie weet kom ik de beren morgen weer tegen, want we hebben intussen wel een band opgebouwd: zo 2 keer na elkaar, telkens in dezelfde buurt. Moest dat het geval zijn, dan zal ik u daarover vanzelfsprekend berichten, want 3 dagen op rij is een campusrecord. Helemaal geweldig zou natuurlijk zijn dat die beren gezellig zitten broodjes te smeren. Dat is echt een wonder boven wonder. ik hoop dat ik u dat nog voor het einde van het jaar kan melden hoe ik erbij stond en ernaar keek.

Prettige vrije dag aan eenieder daar, met wapenstilstand.   Ik zal om 11 uur eens aan jullie denken. Doen jullie hetzelfde?

b.

 

Dienstmededeling: Drie voor half drie is half drie!

Dag beste blog-abonnees,

 Hoogtijd voor nog eens een verhaaltje uit de rubriek “het leven zoals het is…: de social security administration. Misschien waren jullie er al enige tijd op aan het wachten, want ik kondigde het eind vorige week al aan, maar met de Halloweengekte van het weekend en de mama en papa in het land (over deze beide gebeurtenissen heeft u nog een verslagje en ja, zelfs FOTO’S!!!! tegoed), is het er maar niet van gekomen er even over te berichten op mijn blog. Met twee uitgetelde ouders in dromenland, grijp ik snel mijn kans alvorens ik ook mijn bedje induik.

 Ik had dus gezegd dat mijn doelstelling voor de maand oktober erin bestond helemaal geïnstalleerd te zijn. De novembermaand die angstvallig dichterbij schoof bracht me er uiteindelijk toch toe toch ook maar de social security koe eens bij de hoorns te vatten en mij daar te gaan registreren.

 U vraagt zich misschien af waarom ik daar zo tegenop zag. Wel t is dat de social security card wel heel belangrijk is, omdat je die voor je leven hebt en voor vanalles en nog wat moet gebruiken. Geen goede deals, zonder social security nummer. Dat is de regel. Voor tal van diensten betaal je immers meer zonder social, zoals de Amerikanen het begrip in de dagelijkse omgang afkorten. Ok zal u zeggen, reden te meer daar meteen werk van te maken. Ok antwoord ik dan, maar het vervelende is dat er nogal wat onduidelijkheid bestaat over het feit of je daar als gastonderzoeker aanspraak op kan maken. Sommigen wel, anderen niet. En u moet weten dat ik ABSOLUUT bij die eerste categorie wou behoren en dus bij het voorbereiden van de aanvraag niet over 1 nacht ijs wilde gaan.

 Daarenboven staat de social security nu niet meteen bekend als de meest “klantvriendelijke” dienst. Logge administratie – lange wachttijden, vervelende openingsuren, …enfin, een ontradingsbeleid. Liever niet te veel gegadigden, want dat al die administratie, kost moeite, ziet u. Een laatste naar kantje aan de aanvraag is dat je ervoor naar Mountain View moet, en dus weer effe op de bus moet zitten en al dat gehos begint mij stilaan de keel uit te hangen. Maar ja, het moest dus, en ik had er een erezaak van gemaakt het gehos binnen de maand afgewerkt te hebben. Het werd 30 oktober, dus mijn tijd begon kort te worden. Dus ik dan toch maar goed voorbereid maar met tegenzin die bus op voor een namiddagje in een wachtzaal zitten om hopelijk met een social security nummer naar huis te keren.

 Ik kwam tegen ruim 2h aan bij het administratiekantoor van de social security. Wat somber afstompend lokaaltje in een voor de rest onpersoonlijk maar niet onfraai kantoorgebouw ergens verloren, halverwege tussen Palo Alto en San Jose. Ik kom toe, ik registreer dat ik er ben, krijg een nummertje A75 en wordt door een agent (ja de social securty is overheid en de goede gang van zaken wordt daar door een kleerkast van een agent in de gaten gehouden). De man leidt me naar loket 1 waar alle A-nummers wachten, op de stoeltjes  die er wat mistroostig voorstaan. Naast A-nummers waren er ook B’s en C’s. Ook daar een loketje en een paar rijen stoelen met wachtende mensen. Zodra een bezoeker geholpen werd (of soms ook niet geholpen, maar met een kluitje in het riet of de staat tussen de benen terug huiswaarts werd gestuurd – dit alles onder de strenge blik van de agent), riep de betrokkene ambtenaar het volgende nummertje. A 70 schalde door de ruimte precies toen ik mijn nummertje kreeg. Ik was al meteen content want zag de zaken niet zo somber in. Nu A-70, ik A-75, dat zijn maar 5 wachtende mensen voor mij- dat is prima dacht ik zo. Al helemaal content was ik toen ik zag dat de verwerking van de aanvraag voor een social security nummer (daarvoor diende het A-loket) nog geen 5 minuutjes in beslag nam. In die 20 minuutjes dat de 5 wachtenden voor mij de revue passeerden, had ik net de tijd om eens goed de gang van zaken te bestuderen. Op zich was het systeem nog niet zo slecht. Er hing een groot elektronisch bord waarop het nummer dat behandeld werd begon te flikkeren. Je zag ook de andere uitstaande nummertjes van wachtende mensen opgelicht staan. Ik was A-75 en bleek daarmee de rij te sluiten. Bij de B-rij zaten ze al aan B-324, terwijl er nog wel 20 wachtenden zaten. Bij de C-rij lag het cijfer ergens in de tweehonderen. Maar goed, voor ik het goed en wel doorgrond had, zaten we al aan A-73. Nog 1 iemand, amper de moeite om nog het juridisch artikel dat ik als lectuur had meegenomen uit mijn tas te halen. Even wachten en dan was het immers mijn beurt. Ok, daar werd nummer A-74 al geroepen. Het was nu 2.23h. Zodoende zat ik nog moederziel alleen in de rij voor het A-loket. Nummer 74 bleek ook geen lastig geval. Hij haalde zijn documenten uit zijn tasje – toonde die waarop Debby van de social security aan de slag ging op haar pc en driest te keer ging op het klavier. Ik enkele minuten was de klus geklaard. Nog even tekenen en hop, daar ging nummer A-74. Ik had amper de tijd gehad om mijn documenten op te duikelen maar zat toch min of meer keurig klaar toen de 74 rechtveerde. Dat was voor mij het startsein om alvast recht te staan (ik had A-75 en er zat buiten ondergetekende geen kat voor het A-loket). Ik geraakte echter niet tot bij Debby, want die werd door een onbekende stem voor dringender zaken weggeroepen, namelijk de half drie koffie. Ok, nu ga je mij nooit horen zeggen dat koffie niet belangrijk is, en bovendien kan ik er begrip voor opbrengen dat een mens rond 2.30h echt wel toe is aan ten tasje straffe donkere benzine, om de motor in de namiddagdip draaiende te houden. Maar, het was op de klok DUIDELIJK nog geen half drie (niet op de mijne, en ook niet op de van het elektronisch bord. Dat vertelde dat het 2.27 P.M. was. Maar nee, rits, luik dicht en daar zat ik dan. Niemand meer – moederziel alleen voor mijn rij. Loket dicht en Debby weg. Geen mededeling, niks. En daar zat ik dan. Te wachten, en wachten en wachten. Het werd 2.45h – niks, 2.50. Nog niks. 2.55, nog niks, terwijl de beambten aan de B en C-loketten maar doorgingen.

 Klokslag 3h00 schoof het luikje terug open en zat Debby’s pauze erop. Ik diende me aan en was om 3h04 al weer buiten…. Bovendien kon Debby haar loketje na die 4 minuten weer sluiten, want er waren geen wachtenden meer. Ik weet dat je daar eigenlijk niks mag van zeggen want dat er voor het zelfde geld nog iemand was binnengekomen tijdens de 3 minuten dat Debby mijn aanvraag behandelde en het arme mens zo nooit aan koffie geraakte (wat absoluut tegen mijn principes is) maar toch, maar toch… Qua klantvriendelijkheid hebben sommige overheidsdiensten toch nog wat te leren, in België, maar dus ook in de VS.

 Het goede nieuws: ik heb mijn social security nummer en het was op die mooie donderdag nog geen november – “mission installation”, volbracht dus! Laten we vooral daarop klinken!

 Tot snel voor meer over Halloween.

 Liefs

 b

die schone valk

Dag verre vrienden,

T is inderdaad een tijdje geleden. Ik ben om een of andere reden er niet toe gekomen mij eens aan mijn pc te zetten voor het verslag van de voorbije dagen. Dat is voornamelijk te wijten aan het feit dat het leven hier in zijn “normale plooi” is gevallen. Gedaan met rondgehos (althans op het regelen van mijn social security number na – maar daar maak ik deze week nog werk van!), gedaan met verkenningstochten, gedaan met introductievergaderingen en -meetings, gedaan ook met het zomerweer. Waar het voorbije weekend nog echt zomers was (dat wil zeggen echt TE warm in de zon)  is plots de herst komen invallen. T is allemaal wat killer (zeker s’avonds), al blijft het in de regel aangenaam doorheen de dag (terrasjes zijn nog altijd goed te doen, maar je moet al eens een trui of jasje aandoen). Vandaag zelfs voor het eerst ’s avonds de verwarming aangedaan in mijn flatje.

Gedaan met de excessen dus. Ik ben geheel in mijn werkritme  terechtgekomen. Lezen lezen en nog eens lezen. De voorbije week heb ik pakken papier proberen te verwerken, maar de stapel lijkt eindeloos. Heb dus nog wel eventjes te gaan…  Iets wat me tussen dat werken is opgevallen: de doorsnee Amerikaan WERKT erg lange dagen. Als de V.S. een welgesteld land is, hebben de Amerikanen dat vooral aan zichzelf te danken. Winkels open van 7 tot 22h, restaurants, bars en café’s, gesloten om 23h. Stanford Law School – bibliotheek 24 uur/24  open. Tussen middernacht en 6.30h is er wel maar minimale bezetting.  Je merkt toch wel duidelijk een contrast met Europa. Belgen of meer algemeen Europeanen lijken dan weer veeeeeel meer met het gezin, de vrije tijd en het verenigingsleven bezig te zijn. De levenskwaliteit ligt dan ook in het algemeen gesteld hoger in België, daar ben ik ook al wel achter gekomen. Amerikanen werken zich kapot, maar moeten dat ook om in hun consumptiecultuur alles betaald te krijgen. Werk is ONGELOFELIJK belangrijk voor de Amerikaan. IEDEREEN heeft hier een blackberry om constant mails te beantwoorden. En ook iedereen is ook constant aan het mailen via de gsm. Echt schrikwekkend soms.

Maar goed, terug naar de kern van mijn verhaal: ook ik ben geheel in mijn werkmodus vervallen. De omgeving is ernaar, zoals ik al zei.  Lange dagen vol lectuur. En dan thuisgekomen nog maar lezen en tussendoor nog wat klusjes voor Leuven… ik zat de voorbije week wat te veel voor de pc. Het deed me wat denken aan mijn performantere dagen aan de Leuvense Faculteit. Maar al bij al ik niet zeggen het ik het hier onaangenaam vind. Ik meen op de Valk (voor de niet-juristen onder ons: dat is de naam van de Leuvense rechtsfaculteit) ook wel mijn uren gesleten te hebben, en dan toch zeker in de late uren. Niettemin zat ik er doodgraag. In die zin lijkt Stanford op Leuven, al zijn er meer  gelijkenissen dan men zou vermoeden.

Ik vertelde u al dat de faculteit in Leuven bekend staat als “de valk”. Wel hier in Stanford Law School staat er op de binnenkoer van de faculteit een mooi beeld van Calder. Wie mij goed kent, weet dat ik erg van zijn werk hou, ook van de een prachtige stalen constructie uit 63 die de Law School geschonken kreeg om de pas gebouwde faculteit te verfraaien.

U ziet hier een paar foto’s

San Francisco & stanford 9 en 10 september 2008 389

Calder uit 1963 op de binnenkoer van de faculteit

Nog eens Calder

Nu wil het lukken dat dit beeld, dat de mascote is van Stanford Law School, een heel treffende titel heeft

ik fotografeerde voor u de vloerplaat

IMG_5624

LE FAUCON!!!!! Inderdaad, dat is schoon Frans voor “DE VALK”.  Als dat geen teken is dat Leuvenaars hier op hun plaats zijn…

tot morgen voor een verslagje van mijn uitstap naar de social security administration. Dat belooft!!!

b

U was weer geweldig dit weekend: tijd voor een klein mirakel

Ik heb een nieuwe lievelingsbuurt ontdekt in San Francisco. Geen fisherman’s wharf voor mij (niet dat dé toeristenwijk van de stad geen bezoekje waard is, maar daarover zal ik u op een andere keer eens berichten). U zal me veel makkelijker terugvinden in het stadsdeel dat bekend staat onder de naam “the mission”. De term verwijst naar de oudste wijk waar het allemaal begon voor de stad. Op de heuvel waarop thans the mission ligt, stichtte Spanjaarden ruim tweehonderd jaar geleden een missiepost die aan de heilige Franciscus van Assisi gewijd was: San Francisco, weet u wel. Tot op vandaag is de Spaanse, of beter gezegd de Mexicaanse aanwezigheid in deze buurt overduidelijk te voelen. De voertaal zou hier naast Engels even goed Spaans kunnen zijn. Zoals dat bij deze zuiderlingen past, is “the mission” ook het zonnigste stadsdeel. U moet weten dat de heuvel waarop het zich situeert een van de hoogste is van de stad en maakt dat de warmbloedige bewoners van de mission vaak nog baden in de zon, terwijl de rest van de stad onder de permanente airco (de koude zeestromingen waarover ik u vorige week vertelde, weet u nog) te lijden heeft en gesluierd achter nevel en wolken een grijze dag beleeft. Niet voor niets noemen de bewoners van San Francisco de mission de “sunbelt” (letterlijk de zonneriem).

Niet geheel toevallig neem ik u voor mijn weekendreportage mee naar de sunbelt, waar ik wel geheel toevallig terecht kwam in een waar volksfeest. Zoals dat een zondag past, was mijn namiddag katholiek geïnspireerd, wat je in een door en door Mexicaanse (en dus katholieke) wijk niet helemaal onverwacht kan noemen.

 Het epicentrum van het gebeuren was de Iglesia de Santa Maria de los Milagros, wat in schoon Vlaams zo veel betekent als de kerk van Heilige Maria der Mirakels. Toen ik zondagmiddag in de buurt kwam aanstruinen, merkte ik al snel dat er iets op handen was. Veel volk, samengepakt op de Avenida Guerrera, een van de hoofdassen van de mission. De reden van de volkstoeloop was de religieuze processie gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw der Mirakels. Het beeld van deze vrome dame vertoeft doorheen het jaar braaf in de luwte van de kerk, maar wordt 1 keer per jaar een frisse neus gegund. Geheel toevallig maakte Maria haar ommetje op het moment dat ik mij door de mission beweegde. Daar MOEST ik dus bij zijn. Ik heb mij doorheen de menigte proberen te wringen en wist mij uiteindelijk goed centraal voor de kerk te positioneren. U ziet hier een foto van de geestelijken die net de kerk uitkwamen en van de mensenzee die op de trappen en op het grasplein voor de kerk stond. Die voor de kerk ziet u niet, maar ik kan u verzekeren dat het er veel waren en dat ik aardig heb moeten wringen om vooraan te geraken en de mensen in mijn beste Spaans heb moeten duidelijk maken dat dat belangrijk was voor de reportage die ik voor de Europese media maakte over de Spaanstalige gemeenschap in San Francisco.

wachtend vol ongeduld...

wachtend vol ongeduld...

Enfin, zoals u ziet had ik best wel een goed zicht op alles wat er zich zou gaan afspelen. In eerste instantie wist ik eigenlijk niet wat er te zien zou zijn en een tijd lang leek dat ook niet meer dan een spreekwoordelijke scheet in een fles. Na wat gedrentel en getreuzel kwamen ze er dan toch mee voor de dag: het eeuwenoud schrijn van de Santa Maria de los Milagros en ik moet zeggen dat dit het wachten waard was. Alom blije gezichten – mooi om te zien!

 

Maria op wandel!

Maria op wandel!

Ik toon u hier een fotootje van het moment dat het grote gevaarte met veel omzichtigheid de kerktrappen werd afgedragen door de uitverkorenen van de parochie. Daarbij werden er ballonnen en duiven de lucht ingejaagd. En natuurlijk was er muziek. De plaatselijke fanfare blies alsof hun leven ervan afhing en plots hield de meute halt, legde eenieder de hand op het hart en weerklonk iets wat ik later met de hulp van de omstanders als de nationale hymne van Mexico kon definiëren. Mooi, indrukwekkend – ik heb daarvan nog een filmpje waar u bij geledenheid maar eens om moet vragen. Een streepje couleur locale uit een multiculturele wereld.

Het was u misschien ontgaan, maar als u erbij was geweest kon u er niet naast kijken: de prominente aanwezigheid van een ruiter te paard, vergezeld van een dikke Mexicaan die veel weg had van de “alcalde (burgemeester)” uit de Zorro-afleveringen, een ietwat heimelijke mechante man die als notabele de teugels strak in de handen probeert te houden. Ik breng ze voor u even in close-up in beeld, omdat dit tweetal zich in wat volgt gaat ontpoppen dat het centrum van alle actie.

de ruiter en de dikke alcalde

de ruiter en de dikke alcalde

Maar ik loop vooruit op de gebeurtenissen. De ruiter symboliseert de dappere Mexicaan in de onafhankelijkheidsstrijd. U moet weten dat een heel stuk van Californië vroeger Mexicaans was, maar de grens na een conflict tussen de V.S. en zijn zuiderbuur enkele honderden kilometers naar beneden is verschoven. U hebt wellicht al gehoord over de strenge grensbewaking tussen de V.S. en Mexico, waarbij de Amerikaanse politie er alles aan doet om de Mexicaan te beletten de grens te passeren. Wel, strikt genomen staken vele Mexicanen niet de grens over, maar is de grens hen gepasseerd, op een blauwe maandag, ergens verloren in de nevelen van de tijd.

Maria op stap

Maria op stap

nog meer van dat

nog meer van dat

hier ziet u de Santa Maria de los Milagros

hier ziet u de Santa Maria de los Milagros

erg veel volk zoals u ziet

erg veel volk zoals u ziet

Bon, de stoet zette zich zoals u ziet in beweging voor Maria’s jaarlijkse wandeling in de buitenlucht. Zoals de traditie het wil was het die middag in oktober ook weer zonnig in de Sunbelt van San Francisco.

Mijn instinct vertelde mij dat er wellicht meer te zin was vooraan de stoet en ik besloot dus naar voor te wroeten door in een wijde boog om het uitgezette parcours te lopen. Dat bleek een prachtige zet. Vooraan was immers plaats en zo kon ik me een tien minuutjes later met een uitstekend uitzicht op de aankomende processie op de straathoek, bovenop de heuvelrug positioneren. De stoet was in aantocht en de ruiter met zijn begeleider gingen fier voorop. En toen gebeurde het!!! Het paard hield in weerwil van het draaiboek halt, midden op de weg en deed daar sans gêne zijn gevoeg. Ik kan u zeggen: dat was geen scheet in een fles, maar een hoooooop paardenuitwerpselen, voorbestemd om vertrappeld te worden door Maria en haar twaalfkoppige team van dragers. Een moment van paniek maakte zich meerster van de omstanders die in de mot hadden welke ramp er op handen was. De Santa Maria de los Milagros zou niet onbevlekt naar huis weerkeren maar haar voeten bevuilen. De processie kwam dichter en alles leek voorbestemd om op een rampscenario uit te draaien…

En toen gebeurde het: een mirakel!!!! In de voor de optocht pas gekuiste straten dwarrelde rechts in de goot toch een stuk krantenpapier. Dat kon geen toeval zijn. De dikke man kreeg het in de mot en zag zijn momentum in de geschiedenis gekomen, zette het met alles wat hij in huis had op een lopen (waggelen), greep het papier en stortte zich op de smosboel die het paard ervan had gemaakt. Het was niet zo gemakkelijk om vooroverbuigend erbij te kunnen, maar het lukte!!! De man greep en grabbelde, onder de dreiging van de naderende processie.

en grabbelen maar!!

en grabbelen maar!!

Met de handen vol zette hij het in al zijn koelbloedigheid op een lopen. U ziet hem hier een sprintje aantrekken richting bloemperk aan de zijkant, om daar zijn lading mest te lossen.

en hop, een sprintje  - voelt u ook de processie naderen :-)

en hop, een sprintje - voelt u ook de processie naderen :-)

Uiteindelijk moest hij dit manoeuvre enkele keren herhalen, maar het mirakel geschiedde: toen de processie passeerde was alles opgeruimd.

derde keer grabbelen maar

derde keer grabbelen maar

99,9% van de aanwezigen heeft van het hele voorval niets gemerkt. Ik kan me vergissen, maar toen ik de stoet een tweede keer zag voorbijtrekken, leek het alsof de Santa Maria even knipoogde en met een minzame glimlach op het gelaat leek te denken “San Francisco, u was weer geweldig dit weekend!”

T is al van dat…

Hoewel ik u na het weekend normaal op een editie van “U was weer geweldig” trakteer, heb ik zo-even besloten de volgorde van wat ik in gedachte had om te gooien en u eerst een ander kort berichtje voor te schotelen. U moet daar niet uit afleiden dat ik dit weekend niets beleefd heb (integendeel – t was weer schitterend, zo zal u morgen lezen), maar u moet deze maatregel zien als een vorm van optimaal time-management. Het is hier nu immers weer al na 2 uur ’s nachts en mijn weekendstory laat zich niet in 3 zinnen vertellen. Het onderstaande beeld zegt anderzijds wel veel.

T is hier al van dat!!!! Dat betekent dat we een kleine 3 maanden in de kerstellende gaan zitten - pffff, veeeeel te lang!

T is hier al van dat!!!! Dat betekent dat we een kleine 3 maanden in de kerstellende gaan zitten - pffff, veeeeel te lang!

Inderdaad – ze doemen stilaan overal al op: kerstbomen en jingle bells muziek. Mensen die me wat kennen weten dat ik daar allemaal niet zo voor ben, en zeker niet meer dan 2 weken voor Kerst. Ik ga hier echt op mijn tanden moeten bijten, denk ik. Bovendien komt volgende week halloween eraan, ook al zo’n gedoe. Daarover bericht ik ongetwijfeld nog.

Lieve mensen, doe me een plezier als ik eind november even naar België terugkeer: wacht tot erna om een kerstboom te zetten.

Tot morgen

bert

Triomf

Wie “De avonturen van Bertje in Amerika” een beetje gevolgd heeft, weet dat ik het een tijdje geleden aan de stok kreeg met Comcast, het nutsbedrijf dat me naast internetdiensten, ook telefonie- en televisie, een fitnessabonnement, een online supermarkt enz. probeerde aan te smeren. U heeft wellicht gemerkt dat ik in de tussentijd nog enkele tekstjes op mijn blog postte, zodat u daaruit hoogstwaarschijnlijk ook afleidt dat ik intussen internet heb. Inderdaad, dat is ook het geval. Ik heb niet alleen internet op de universiteit, waarover ik u eerder berichtte, maar ook bij mij thuis. Dat is voor de blogberichtjes, het skypen met het thuisfront, mijn gefacebook, kort gezegd alle persoonlijke zaken ook noodzakelijk, vermits alle niet-werkgerelateerde zaken op het netwerk van Stanford strikt genomen verboden zijn. Ik weet wel dat de meeste studenten dat toch doen, maar het leek me beter me daar toch maar aan te houden, alvorens ze ook moeilijk zouden gaan doen over het feit dat ik de helft van de tijd op KU Leuven websites rondsurf.

 

Thuis internet dus. Dat is er zoals u herinnert niet zo maar gekomen. Ik heb het met veel geploeter al ruim een week, maar ik verkoos het u niet meteen te melden. Ik had zo immers het gevoel dat mijn strijd met Comcast nog niet ten einde was, ofschoon ze een en ander waren komen installeren en alles ook naar behoren werkte. Gisteren echter was een dag van totale triomf over de Comcastbandieten. Vandaar dat u vandaag van mij, nog steeds in de euforie van de overwinning, het vervolg van het comcastverhaal krijgt. Ik verwittig u nu al: het verhaal kent een goede vrolijke afloop, al het geploeter ten spijt.

 

OK we keren terug naar het punt dat ik na een klein uurtje telefoneren internet probeerde te bestellen en dat uiteindelijk telefonisch niet mogelijk bleek (hoewel mij eerst was gezegd dat dit geen probleem ging zijn), omdat ik geen kredietwaardigheid heb bij een Amerikaanse bank en geen social security number, dat de verkopers toelaat te checken of ik een wanbetaler ben.

 

De trut aan de telefoon zei me dat ik me moest begeven naar Foster City, om daar in de Comcastwinkel met een verkoper een contract af te sluiten en meteen vooraf mijn internetabonnement moest betalen. Ik dacht al dat er iets niet klopte, en ja dat bleek ook het geval. U moet weten dat Foster City meer dan 2 uur verwijderd is van Palo Alto. Een dergelijke verplaatsing met het openbaar vervoer is, ik kan u dat verzekeren, niet om te lachen. Zeker niet in Californië. Als er nu nog eens iemand komt vertellen dat het Belgisch openbaar vervoer op niets trekt, dan ga ik daar toch eens een ferme repliek op geven en vertellen dat ze beschaamd moesten zijn. Belgen klagen over treinen die 7 minuten vertraging hebben, terwijl er 3 per uur rijden. In Californië heb je er 1 per uur en die is niet klokvast. Soms wel, soms niet. Ok wachten in de zon is leuker dan in Belgische regen. Heel wat plaatsen zijn niet met trein of bus te bereiken. Uit mijn periode in Frankrijk onthoud ik vooral openbaar vervoer in staking en op sommige lijnen 2 treinen per dag als je door het binnenland moet reizen. Parijs is een ander verhaal. Beter openbaar vervoer dan Parijs bestaat wellicht niet, niet in San Francisco, niet in Brussel, niet in Londen, niet in Rome of Barcelona, niet in Berlijn of Wenen, niet in New York, nergens voor zover ik weet. Maar goed we dwalen af. Ik voel dat het openbaar vervoer goed is voor een “transport special”, die ik een van de komende weken eens zal schrijven.

Foster City dus. “Niets van”, dacht ik, dus ik belde de volgende dag naar het algemeen comcast-nummer dat ik snel op de pc van Stanford had opgezocht. Wat bleek, Comcast had ook een vestiging op een klein uurtje bussen van Palo Alto (in Sunnyvale), wat toevallig wel goed met openbaar vervoer te bereiken is. Ok ik daarheen en alvorens te vertrekken legde ik mijn geval uit en vroeg toch nog eens of ik als buitenlander daar wel geholpen kon worden. “Jazeker”, zei de dame. U moet wel uw paspoort meebrengen en uw visum. Daar gaan ze dan kopietjes van nemen en aan mijn dossiertje toevoegen. Ik had immers al een dossiernummer zei de dame, sinds mijn poging internet over de telefoon aan te kopen. Dat klopte, de verkoper had me inderdaad mijn dossiernummer meegedeeld. Ok, ik gerustgesteld en op weg naar Sunnyvale.

 

Na een uurtje in een volle, oververhitte bus kwam ik aan op het industrieterrein van Sunnyvale. Ik heb daarop dan nog een kwartiertje rondgedwaald om te zien waar de comcastvestiging was en hoera, die uiteindelijk ook gevonden!!!

Ik daar binnen en leg mijn geval uit, toon mijn paspoort, visum enzo en zeg de man een en ander aan mijn dossier toe te voegen. Ik toon mijn dossiernummer, waarop de kerel vertelt dat hij me niet kan helpen, vermits dat dat dossiernummer toegang geeft tot de telefonische aankopen en niet tot de dossiers van klanten die in de winkel aankopen. Hij stelde me voor dan maar gewoon bij hem te kopen, zij het wel dat het dan driedubbel zo duur was. 19,99 dollar per maand tegenover 58. Ik dacht dat ik uit mijn vel sprong. Ik dus in een collère de winkel uit en teruggebeld naar de trut van de telefonische dienst om haar duidelijk te maken dat dat niet om te lachen was: een mens met de bus naar Sunnyvale sturen, terwijl ze u daar ook niet kunnen helpen. Ik kreeg een vriendelijke heer aan de telefoon, een eerste echt competente mens bij comcast. Die begreep mijn misnoegdheid en ging alles over de telefoon voor mij regelen. Na een tien minuten op een wachttoon te hebben gestaan, kwam hij terug aan de lijn en zei dat hij alles kon regelen, maar wel aan de prijs van 58 dollar. Ik heb toen gezegd dat ik comcast niet meer wilde omdat het ronduit schandalig is de manier waarop ze buitenlanders behandelen. Ik legde de kerel als jurist uit dat hun politiek discriminerend is. Buitenlanders kunnen internet kopen, maar zij betalen 58 dollar, terwijl Amerikanen 19,99 betalen. Smeerlappen! Ok de man begreep andermaal mijn misnoegdheid en heeft toen alles maar geregeld en mij bij uitzondering toch het tarief van 19,99 gegeven.

 

Twee dagen later komt Darrell, een boom van een zwarte man (wel 2 meter) de handel installeren. Hij doet daar erg lang over, want hij was zijn juiste tang vergeten. Hij had 235 tangetjes bij, maar het juiste zat er precies niet tussen, dus moet hij de brave man terug naar…..inderdaad Sunnyvale. De aansluiting ging maar even duren. Ja, tarara!!! Niks van. Darrell was om 9 uur bij mij en was om iets voor 12 terug buiten. Ondertussen begon ik het vooral lachwekkend te vinden (berustend in de absurditeit van de hele toestand) en de pret kon niet meer op toen Darrell met zijn Comcast-camionetteke op zijn weg naar Sunnyvale voor het tangetje, toen hij moest draaien op de parking achter mijn huis, tegen een van de palen van de carport van een van mijn buren reed en het begaf. Darrall in paniek, madammeke boos, camionetteke gedeukt en 1 onpartijdige getuige bij dat alles. U mag een keer raden wie J. Ondergetekende bevond zich plots in een heel andere rol, daar de Comcastman eindelijk eens iets van MIJ nodig had. Ik heb dan maar verklaard dat ik gezien heb dat het om een echt ongelukske ging en Darrell echt niet met opzet als ne zot in volle vitesse op de carport van de buurvrouw was ingereden.

 

daar op de hoek stond eens ook een paal - en toen kwam Darrell...

daar op de hoek stond eens ook een paal - en toen kwam Darrell...

Bon, Darrell content, Comcast content en ik….. ook content. Internet werkt. Ik verkoos het verhaaltje nu pas te posten, daar ik gisteren mijn eerste factuur vond van Comcast. En ja hoor, ik betaal 19,99. De normale prijs voor de aansluiting door de technieker is 79 dollar. Die zou er de eerste maand bijkomen. Ok daar kon ik mee leven. Maar om een of andere reden is die van mijn factuur verdwenen. Als dat geen triomf is!

Het leven zoals het is: stanford law school

 

We schrijven 14 oktober 2009, een memorabele dag! Morgen is het twee weken geleden dat ik als visiting scholar op Stanford toekwam. Tijd om een balans op te maken van het leven zoals het hier is. Ik heb jullie de voorbije weken proberen te entertainen met stukjes over San Francisco, het leven in Palo Alto en vooral mijn zoektocht naar een huis. Ik dacht zo dat het intussen wel een goed moment was om eens wat te schrijven over mijn leven als gastonderzoeker aan de Stanford Law School. Vergis u niet, de timing is niet willekeurig gekozen. U moet weten dat ik zonet enkele belangrijke stappen het gezet op het pad naar het “gewone onderzoeksleven” aan de faculteit. Zo-even heeft “den Dave van IT”, een hulpvaardige Amerikaan met opvallende bierbuik (en duidelijk nog meer geïnteresseerd is in American football dan in computers), die samen met zijn 5 onverstaanbare Aziatische collega’s verantwoordelijk is voor het computerpark van de Law School mijn pc’tje (ik heb een nieuw klein laptopje voor in de bib gekocht) helemaal geconfigureerd en op het netwerk geïnstalleerd. Zodoende kan ik vanaf nu zeggen dat ik klaar ben voor de strijd en het gewone leven echt van start kan gaan.

 

Ik geef even een overzicht van wat er nog op het “to do-lijstje” staat en stel het tegenover wat er al geschrapt is. Sommige realisaties zullen de niet-juristen onder u misschien niet meteen vertrouwd in de oren klinken, maar neemt u van me aan dat ze noodzakelijk zijn om goed en efficiënt te kunnen werken.

 Afgewerkt

1. Ik ben administratief ingeschreven aan de faculteit

2. Ik ging naar de algemene infovergadering voor alle buitenlanders (waar ik Robert leerde kennen, weet u nog)

3. Ik had een meeting met Lucy, de coördinatrice op de Law School

4. Ik doorliep de administratieve procedure voor een bibliotheekkaart en heb die ook in mijn bezit. Wat nog beter is, is dat ze werkt en ik al boeken heb uitgeleend.

5. Ik heb intussen een bureautje op de derde verdieping van de bibliotheek. Zo een bureau in de bib is best handig. Alle ingrediënten voor een goed artikel staan dan vlakbij.

6. Ik heb stilaan het classificatiesysteem door, zodat ik onderhand mijn weg begin te vinden in de bib.

7. Ik kan sinds zo-even niet alleen de computers in de bibliotheek gebruiken maar ook mijn eigen laptopje, en op het stanford-netwerk gaan, waar je je ook bevindt op de stanford-gronden. Dus ik heb overal internettoegang. Dat is een heeeeeele vooruitgang, want daardoor heb ik internet in mijn bureautje en niet alleen op de vaste computers in de bibliotheek.

8. Eergisteren was er even paniek, toen bleek dat ik, anders dan de studenten in de bibliotheek niet kon printen. De reden van mijn ongerustheid lag in het feit dat de bibliothecaris me vertelde dat ik als visiting scholar wellicht niet kon printen. Dat was een streep door mijn rekening. Na enkele uren op de pc-dienst gespendeerd te hebben, kwam de aap uit de mouw en bleek iemand het vakje “printer autorization” uitgevinkt te hebben. Inmiddels is het probleem dus opgelost en kan ik printen. Daarvoor heb ik wel eerst een aantal printers moeten registreren op mijn pc, maar ook dat is gelukt en ik heb al een en ander afgedrukt.

9. Ik heb ook onbeperkte toegang geregeld voor Westlaw en Lexisnexis. Voor de niet-juristen: dit zijn twee ongelofelijk belangrijke en dure databanken essentieel voor het onderzoek. Ben erin geslaagd een en ander kosteloos te hebben. Goed zo!!!

10. Bovendien heeft “den Dave” mijn pc geüpdatet. Ik ben daarvoor een windows vista business-pakket gaan kopen in de pc-shop van de faculteit. Dat is dus ook achter de rug.

Verder heb ik mijn diensthoofd (Prof. Kessler) ontmoet en met haar besproken wat er voor mij allemaal interessant kan zijn. Toffe madam. Echt waar. Hoewel ik er niet gerust in was, heeft Amalia (zo is haar voornaam) mij heel hartelijk ontvangen. Zo gaat ze ervoor zorgen dat ik naast “Art Law” ook “Amerikaans goederenrecht” kan volgen, wat goed zou zijn voor mijn onderzoek., ofschoon ik officieel het recht heb maar 1 cursus te volgen (zonder examen te doen), Daarnaast heeft ze me voor al haar cursussen uitgenodigd, indien ik interesse zou hebben. Vermits het “comparative law” is, ga ik dat wel proberen te doen.

 

To do

1. Ik moet nog een kaart aanvragen voor de andere bibliotheken. Momenteel kan ik alleen uitlenen bij de rechtsbib. Maar dit schijnt niet meer dan het invullen van een eenvoudig formulier te vergen.

2. De oude Prof. Merryman, de paus van mijn vakgebied, (de man is 93 en nog steeds als professor actief) ontmoeten voor een babbel over mijn onderzoek. Hij is er niet zo vaak. (3 voormiddagen per week). Ik ga een van de komende eens langs gaan, zodra ik de outline van mijn eerste artikel wat in het hoofd heb, zodat er ook een zinnige discussie kan volgen. Met zijn 70 jaar academische ervaring praat hij me anders misschien meteen onder tafel. Daarom beter even voorbereiden, om een goede indruk te maken.

 U ziet het: ik ben er bijna helemaal klaar voor. De luttele zaken die nog resten zijn niet van die aard me veel last te bezorgen. Ik ga dan ook maar eens meteen aan de arbeid. Vanaf nu ben ik terug 100% onderzoeker en niet veeleer in de weer met vanalles en nog wat.

Voor afsluiten evenwel nog 1 ding: 14 oktober vandaag. Dat is de verjaardag van Tante Francine, die hopelijk dit blogberichtje leest. Tante Francine , ik wens je van aan de verre Westkust een leuke dag!!!

 Tot een dezer dagen voor meer nieuws

 

Groetjes

 

b.

U was weer geweldig dit weekend…: in the navy

 

Het fenomeen is nog maar zo pril dat we amper van een gewoonte kunnen spreken, laat staan van een vast gebruik, maar ik zal mijn uiterste best doen de rubriek “u was weer geweldig dit weekend” te laten uitgroeien tot een van die dingen die u aan het begin van de werkweek moet gelezen hebben, alvorens u goed en wel uw dagtaak kan aanvatten. Hoewel de agenda voor de komende week wellicht uitpuilt, wil ik met u toch nog even terugblikken op de belevenissen van het weekend in de San Francisco Bay Area.

Traditiegetrouw heb ik het ingedommelde zondagse Palo Alto gelaten voor wat het was en ingeruild voor het bruisende San Francisco waar het deze week “Fleet week” was. U moet weten dat San Francisco op een landtong ligt, een smal heuvelachtig schiereiland, waardoor de stad langs drie zijden omringd wordt door water. Aan de ene kant is dat de Stille Oceaan, aan de andere de baai van San Francisco en de overgang tussen beide is de befaamde Golden Gate. Inderdaad, dat is de smalle zeestraat waarover de u welbekende oranje-rode brug is gespannen en waarin middenin de beruchte staatsgevangenis “Alcatraz” ligt. Langs drie kanten water, dat betekent dat er steeds een ietwat kille wind staat en soms vochtige mist hangt: de stad haar natuurlijke airco. Maakt u zich geen zorgen, in de rest van Californië heersen dan nog steeds zomerse temperaturen. U moet zich pas ongerust zijn wanneer er GEEN nevel hangt, want dan is het te koud opdat er enige sprake zou zijn van verdamping, niet alleen in San Francisco, maar ook op de rest van het schiereiland. Ik geef het maar even mee voor eventuele bezoekers die van de aanbieding “San Francisco at low cost” gebruik zouden maken. U bent gewaarschuwd: naar San Fran neemt u best steeds een jasje EN een truitje mee. Anders zal u stevig moeten doorstappen om het wat warm te krijgen. Ik had dat al in het snotje twee weken geleden op de SM-festijn, hoewel sommigen het daar kennelijk zo warm hadden dat ze het nodig vonden alle kleren uit te spelen. Om te tonen dat alles goed gaat met me, een foto (zoals u ziet met truitje en jasje).

bert, met truitje en jasje

bert, met truitje en jasje

Maar bon, we dwalen af. Terug naar de Fleet Week en de band die dat gebeuren heeft met de ligging van San Francisco. Omringd door water, kon de stad tot een belangrijke haven uitgroeien. Dat vertaalt zich ondermeer in een trafiek van grote containerschepen (van het soort dat u in Antwerpen ook kan zien binnendrijven)

containerschepen in de haven

containerschepen in de haven

Daarnaast is er een vissershaven met lekkere vis- en schaaldierrestaurants (dat is ongetwijfeld een volgende weekenduitstap), alsook een groot militair bastion. San Francisco is immers de thuisbasis van de Amerikaanse militaire vloot aan de Westkust. Elk jaar organiseert de Navy in de haven een week van vertier voor de militairen aan de westkust. De stad loopt dan vol met keurig uitgedoste marines, die de Amerikaanse bevolking doorheen de dag (’s nachts zou de stad welig tieren van de gore feestjes en de prostitutie. Dat onderdeel heb ik niet  nader onderzocht.) de slagkracht van de natie tonen via open bootdagen en airshows van de Blue Angels.  Dit is een speciale divisie van de luchtmacht die van op de vliegdekschepen opereert en daarom dus deelneemt aan Fleet week. Omdat het leger in Amerika big business is, mocht ik op gebeuren niet afwezig blijven, dacht ik zo.

 Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om van een mijnenveger te bezoeken, een groot schip van de Coast Guard en een Amerikaans vliegdekschip.

mijnenvegers

mijnenvegers

kunstwacht

kunstwacht

 

Van het vliegdekschip heb ik helaas geen foto’s mogen nemen. Niemand trouwens, zelfs kapitein Steve niet, die mij als expert (Steve is al 24 jaar drilmeester bij de zeekadetten) een tijdlang op sleeptouw heeft genomen. U ziet hem hier vol bewondering kijken naar de mijnenveger.

 

Steve, en de mijnenveger

Steve, en de mijnenveger

 

Zo een vliegdekschip is best indrukwekkend hoor, al was de kustwacht dat ook. Bij de mijnenveger was vooral de uitleg in de stuurcabine interessant waarop ze het rader- en besturingssysteem aan het grote publiek toonden. Om jullie een idee te geven toon ik hier de mijnenveger en de boot van kust.

Het spectaculairste was echter de airshow van de Blue Angels. Ze stegen op over de stad en de baai en deden dan, tot groot jolijt van de tienduizenden kijklustigen op de kaaien, de zotste toeren. Vliegen in formatie, tuimelen met dubbele schroefbeweging, salto’s, flip-flops, kortom al wat er maar uit de motor van zo’n vliegtuigje is te halen. Een en ander fotograferen was niet gemakkelijk. Ik probeer u tot een sfeerbeeld te geven waarop u vier vliegtuigen ziet die bijna tegen elkaar plakken in de lucht.

kijkt u goed naar de 4 vliegtuigen boven de brug...spannend!

kijkt u goed naar de 4 vliegtuigen boven de brug...spannend!

 

Vooral voor de duizenden kinderen is Fleet Week een festijn, zeker in een land waarin “the military” zoooo ongelofelijk belangrijk is en echt op handen wordt gedragen (zelfs in de flower-powerstad San Francisco). Overal lopen kinderen rond met navy-petjes en sjaaltjes, weten ze niet waar ze het hebben als ze een echte legerhelm mogen opzetten, door een nachtkijker kijken (heb ik ook gedaan – leuk!!!), aan het roer draaien of het anker mogen optrekken. Het ultieme is toch wel eens aan het kanon gaan zitten. Vast ook wel voor dit kleine meisje, dachten de ouders zo, al waren zij kennelijk veel meer door het dolle heen. Amper een jaar oud en al helemaal klaar voor de navy. Een kindje met zo een kanon, ‘t is een beetje een raar gezicht. Maar voor de rest was u echt weer geweldig dit weekend!!!!!

 

jong geleerd is ....

jong geleerd is ....

Tot een van de komende dagen, scheepsmaatjes

Bertje en het mysterie van de brandweer

Voor Europeanen is het een raar fenomeen: Amerika’s adoratie voor brandweermannen. Bij ons is dat hoogstens iets voor kinderen, wanneer ze op hun 6e gevraagd worden wat ze later willen worden: brandweerman, t zal wel zijn zekers!!! Bij Amerikanen blijft de fascinatie tot lang na de puberteit duren. Firefighters zoals zij ze noemen klinkt ook een stuk heldhaftiger dan “de pompiers”. Volgens mij moeten ze een veel groter takenpakket hebben dan in Europa, of brandt het hier vaker, maar ze zijn een dagelijks weerkerend gegeven in het Amerikaanse straatbeeld. Dat is niet anders in een stadje als Palo Alto met zo’n 50.000 inwoners en zonder torenflats waar de dienst dagelijks spectaculaire evacuaties heeft te doen. Bosbranden waren er deze zomer wel in de buurt van L.A. en vereisen inderdaad een grote equipe, maar dat verklaart nog niet waarom de brandweer in een provinciaal nest als Palo Alto meermaals per dag moet uitrukken om erger te voorkomen.

 

Het kostte me een 3-tal dagen in mijn appartementje om het mysterie van de brandweer te achterhalen. Ik stond maandagavond immers rustig te koken. “Prei met vis op moeders wijze” zou de pot die avond schaffen, een van mijn favorieten, mjammie! Enfin alles in orde, ik rustig mijn ding aan het doen, tot tijdens het bakken van de vis plots het brandalarm in mijn flatje luidkeels begint te tieren. Nochtans was er in de verste verte geen rook te bespeuren, laat staan vuur. De verhuurster Denise Desmet (inderdaad, een naam die als oervlaams in de oren klinkt, maar vergis u niet, deze dame is a real Californian Golden Girl, zij het met een Belgische opa zaliger) had me gewaarschuwd als iets dergelijks gebeurde haar of de onderhoudsman Joe steeds meteen te berichten. Het alarmsysteem schreeuwt immers niet alleen de buurt bijeen, maar brengt automatisch de firefighters op de hoogte zodat die met veel machtsvertoon kunnen uitrukken. Op zich is dat een prachtig systeem, want een oude Vlaamse wijsheid luidt nog steeds dat waar rook is, ook vuur is. Waar echter niet eens rook is……

 

Als Europeaan die een beetje afstand bij dit alles kan nemen, ruikt u meteen onraad en doorziet u het slinkse complot. Om in tijden van crisis hun jaarlijkse toelage te behouden diende de brandweer, net als elke overheidsdienst zijn relevantie te bewijzen. Een bosbrandje in de buurt van L.A. aansteken doet het leeuwendeel. Dan nog gewoon de brandalarmen in een aantal huizen wat gevoeliger afstellen, en hops, dan komen we er toch zeker, denkt u niet?

 

U ziet, t’is een stinkend zaakje. Misschien in tijden van gemeenteraadsverkiezingen in Californië eens suggereren aan wat burgers, zodat het aan het smeulen gaat en wie weet wel voor een brandje zorgt in de gemeenteraad.

 

Tot morgen

 

bertje

Volgende Pagina »